Nucleaire verzekering

Zoals elke industriële onderneming, kan een kerninstallatie, door de onderschrijving van een of meerdere verzekeringen, zich beveiligen tegen de uitgaven veroorzaakt door een eventueel ongeval. De risicocategorieën die aldus kunnen gedekt worden zijn dezelfde als in een klassieke industrie, op voorwaarde dat rekening gehouden wordt met het feit dat de kosten betreffende nucleaire sanering belangrijke afmetingen kunnen aannemen. Bijgevolg, staan wij in wat volgt niet stil bij de dekking van de risico's Arbeidsongevallen, Materiële Schade, Machinebreuk, Uitbatingsverlies en andere, dekking die algemeen voorzien wordt door klassieke polissen, aangepast aan de omstandigheden.

Het stelsel van de burgerlijke aansprakelijkheid van de exploitant van een kerninstallatie is nochtans bijzonder en wordt zowel door internationale conventies als door specifieke wetten van elk land geregeld.

In België wordt de burgerlijke aansprakelijkheid van een nucleaire exploitant hoofdzakelijk bepaald door :

  1. De Conventie van Parijs van 29 juli 1960.
  2. De wet van 22 juli 1985 op de burgerlijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. 

De Conventie van Parijs (C.P.)

De Conventie van Parijs, goedgekeurd op 29 juli 1960 onder het beschermheerschap van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), was de eerste internationale Conventie die de fundamentele principes betreffende het speciale stelsel van de burgerlijke aansprakelijkheid en de vergoeding ingeval van kernongeval invoerde. Deze principes zijn de volgende :

De objectieve aansprakelijkheid (zonder dat het nodig is een fout te bewijzen) en de exclusieve aansprakelijkheid (kanalisatie) van de uitbater van de kerninstallatie in de welke het ongeval zich heeft voorgedaan ; dit zelfde principe is van toepassing op het vervoer van nucleaire stoffen.
De beperking van de aansprakelijkheid van de exploitant wat betreft het bedrag en de tijdsduur.
De nucleaire exploitant moet een verzekering of andere financiële waarborg hebben voor een bedrag equivalent aan dit van zijn aansprakelijkheid.
Eén enkele rechtsmacht is bevoegd om uitspraak te doen omtrent de vergoedingseisen ten gevolge van een kernongeval, in principe is dat deze van de Staat in dewelke het ongeval zich voordeed. De uitvoering van de vonnissen is opgelegd aan elk van de Contracterende Partijen.
Het principe van niet-discriminatie ten opzichte van de slachtoffers van een kernongeval, onafhankelijk van hun nationaliteit, domicilie of woonplaats.
De Staten die de Conventie van Parijs bekrachtigd hebben zijn :
België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Nederland, Noorwegen, Portugal, Slovenië, Spanje, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, Zweden.

Wet van 22 juli 1985.

De wet van 22 juli 1985 specifieert de toepassingsmodaliteiten van de C.P. voor wat de burgerlijke aansprakelijkheid van de Belgische nucleaire uitbaters aangaat. Het niveau van de aansprakelijkheid van de uitbater werd gewijzigd door de wet van 11 juli 2000 en de wet van 13 november 2011 om het te brengen op €1,2 miljard. Niettemin, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, het bedrag van de aansprakelijkheid van de exploitant verhogen of verlagen. Zo komt het dat in België sommige nucleaire exploitanten hun aansprakelijkheid beperkt zien tot €74,4 miljoen. In het geval van transport van nucleaire stoffen, is de limiet €297 miljoen.

Opmerking : In België wordt de nucleaire exploitant, verantwoordelijk voor een kerninstallatie, erkend bij Koninklijk Besluit.